Actueel


Q&A: Questions and Answers



Vraag 1: Is gedeeltelijke aanleg onder certificaat ook mogelijk?
Antwoord: De BRL SIKB 7700 is, wanneer een voorziening nieuw wordt aangelegd, van toepassing op de volledige voorziening (dus fundatie, riolering én verharding). Het is daarbij niet toegestaan om delen uit te sluiten. Het afgeven van een BAOC op alleen de vloer, terwijl een niet-erkende aannemer bijvoorbeeld de fundatie heeft gemaakt, is hierdoor niet mogelijk. De erkende aannemer moet, voor het kunnen afgeven van één BAOC, de volledige voorziening onder zijn regime aanleggen.
 
Vraag 2: Wanneer een vloer wordt uitgebreid, geef ik dan een BHOC af? Mag dat volgens protocol 7711?
Antwoord: Nee, het uitbreiden van een bestaande vloer met een nieuw stuk vloer moet beschouwd worden als nieuwe aanleg. Protocol 7711 omschrijft alleen de werkzaamheden met voegvullingsmassa. Er wordt echter ook een fundatie, vloer en eventueel een bedrijfsriolering aangelegd. Dat gedeelte dient volgens protocol 7701 of 7702 aangelegd te worden en vervolgens dient een Bewijs van Aanleg Onder Certificaat (BAOC) op de uitbreiden te worden afgegeven.

Vraag 3: Wie is verantwoordelijk voor de vloeistofdichtheid van de doorvoeren in de pompeilanden van een tankplaats?
Antwoord: Voorheen, onder de Activiteitenregeling, stelde artikel 3.25 lid 6 het volgende: “Pompeilanden en aanwezige doorvoeren zijn vloeistofdicht en zijn aangelegd overeenkomstig het daartoe krachtens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen normdocument, door een instelling, die daartoe beschikt over een erkenning op grond van dat besluit.” Op basis hiervan is de aannemer, die op basis van de BRL SIKB 7700 het werk uitvoert, dus ook verantwoordelijk voor het pompeiland én de doorvoeren. Dat is met het van kracht worden van het Besluit Activiteiten Leefomgeving in feite niet veranderd (het staat echter wat minder expliciet in de regelgeving).

Vraag 4: Worden alleen vloeistofdichte voorzieningen bij tankstations onder erkenning aangelegd?
Antwoord: Onder het Besluit Activiteiten Leefomgeving is het zo dat, wanneer sprake is van 'grootschalig tanken' (= meer dan 25.000 liter per jaar) de vloeistofdichte bodemvoorziening onder certificaat én erkenning moet worden aangelegd. Dus bijvoorbeeld vele transportbedrijven en loonbedrijven vallen hier ook onder.

Vraag 5: Een goede klant van een niet 7700 gecertificeerde aannemer wil graag zijn bestaande vloeistofdichte betonvloer (7 jaar oud) bij een tankstation uitbreiden. Tankstation heeft een doorzet van meer dan 25000 liter per jaar. Wat is de juiste wijze van aanpak om tot de uitbreiding te komen?
Antwoord: Het is een nieuwe vloer. Dus bewijs van aanleg onder certificaat (BAOC). Aannemer mag vloer zelf niet aanleggen maar moet gebruik maken van een aannemer die erkend én gecertificeerd is (in dit geval BRL SIKB 7700, protocol 7702 én 7711). Raadzaam om het overige deel van de vloer door een DI te laten keuren (hele voorziening vloeistofdicht / los van eigen kwaliteitsborging). Protocol 7711 is voor kitwerk. Zodra aan de verharding zelf gewerkt wordt is ook protocol 7702 van toepassing.

Vraag 6: Een tankinstallateur is een tankkeuring aan het doen bij een tankstation en heeft daarbij de vloeistofdichte elementenvloer open gehaald om het leidingwerk te keuren. Na het keuren van het leidingwerk vult hij de fundatie weer aan en legt de vloeistofdichte bestratingselementen weer terug. Voor het afdichten van de voegen vraagt hij een bedrijf om deze onder de BRL SIKB 7700 (7711) opnieuw af te dichten. Is hier sprake van een juiste manier van handelen?
Antwoord: De BRL SIKB 7700 leidt tot een gecertificeerd product. Het product is de totale voorziening. Dus vloer, riolering én fundatie. Het is niet toegestaan om delen van deze BRL uit te sluiten. In dit geval brengt de tankinstallateur een deel van de vloeistofdichte voorziening aan. Het totale product kan daarmee niet meer onder de BRL SIKB 7700 uitgevoerd worden. Er kan geen BAOC meer verstrekt worden. Oplossing kán zijn dat een vertegenwoordiger, van de voor vloeistofdicht erkende aannemer, toezicht houdt op de werkzaamheden van de tankinstallateur of deze volgens de eisen uit de BRL SIKB 7700 wordt aangebracht.

Vraag 7: Een vloer van een tankplaats (doorzet > 25 m³/jaar) is niet door een BRL SIKB 7700 erkende aannemer aangebracht. In plaats daarvan heeft de ondernemer er voor gekozen om de vloer door een Deskundig Inspecteur (AS6700) te laten beoordelen. De vloer is 6 jaar geleden aangelegd. Is dit voldoende om te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving? Licht je antwoord toe.
Antwoord: Aanleg moet door een erkende aannemer plaatsvinden. Het hebben van een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening is niet voldoende en zou ook voor het Bevoegd gezag niet als zodanig geaccepteerd mogen worden ér moet een Bewijs van Aanleg Onder Certificaat beschikbaar worden gesteld door een aannemer die ook door de overheid hiervoor is erkend.

Vraag 8: Het bevoegd gezag heeft ingestemd met het feit dat de vloer, die onder erkenning moest worden aangebracht, niet onder die erkenning hoefde te worden aangebracht. Wat te doen als het bevoegd gezag heeft toegestaan dat een vloer van een tankplaats (doorzet > 25 m³/jaar) niet door een BRL SIKB 7700 erkende aannemer hoeft te worden aangebracht.
Antwoord: Melding doen bij ILT (bodemsignaal) dat een aannemer werkzaamheden uitvoert die daar niet voor erkend is. Zie http://www.sikb.nl/bodembescherming/erkend-en-gecertificeerd/klachten-en-bodemsignaal. Melding kan desgewenst ook via SIKB gedaan worden, dan borgt SIKB dat de melding anoniem is.

Vraag 9: Uit een inspectie bij een tankstation door een DI blijkt dat kit is onthecht én meerdere tegels zijn verzakt. De inspecteur heeft dit als gebrek vastgesteld en herstel dient plaats te vinden. Welk protocol of welke protocollen zijn van toepassing? Melding aan CI?
Antwoord: Als het alleen het herstel van kit zou betreffen is protocol 7711 van toepassing. In dit geval wordt ook gewerkt aan de fundatie. Protocol 7701 is daarom ook van toepassing.

Vraag 10: Een vloeistofdichte tankplaats wordt gesloopt. De buurman wil toevallig een vloeistofdichte tankplaats realiseren en daar onder andere de bestratingselementen (bedrijfsvloerplaten en zeskantstenen) van het gesloopte tankstation voor gebruiken. Kan dit? Wat zijn de stappen die moeten worden doorlopen? Vertel iets over traceerbaarheid en naspeurbaarheid van de bestratingselementen. Wat zou je kunnen doen?
Antwoord: Als de aannemer een bouwstof verwerkt die eerder is gebruikt dan stelt hij, voor verwerking, vast dat deze voldoet aan de gestelde eisen. Ook bouwstoffen die de aannemer, door de opdrachtgever, ter beschikking worden gesteld controleert de aannemer voor verwerking op voldoen aan de gestelde eisen. Uit een partij prefab betonnen elementen die voor hergebruik aangeboden wordt neemt de aannemer willekeurig tenminste twee representatieve exemplaren. Uit deze elementen boort de aannemer een kern met een minimale doorsnede van 50 mm om de indringdiepte van vloeistof(fen) te bepalen. De kernen direct na uitnemen splijten loodrecht op het bovenvlak van het element. Daarna de indringdiepte meten. Bij kleine elementen mag het element ook gespleten worden. De indringdiepte wordt op een millimeter nauwkeurig vastgesteld. Uit de gemeten indringing moet de aannemer een relatie leggen met de nog te verwachten levensduur in relatie tot de op de elementen uit te oefenen belastingen. Voor het bepalen van deze restlevensduur mag de aannemer rechtlijnig extrapoleren.

Vraag 11: Een opdrachtgever heeft een bedrijf in een zwaar industrieel gebied. Hij wil geen bodemonderzoek en grondmechanisch onderzoek laten doen voor de aanleg van een nieuwe  vloeistofdichte vloer. Mag dit? Wat als de grond sterk verontreinigd zou kunnen zijn… hoe ga je daar dan mee om? Wat doe je als een grondmechanisch onderzoek en advies ontbreekt?
Antwoord: Er is geen plicht in het kader van de BRL 7700 een bodemonderzoek te doen. Wel moet redelijkerwijs vastgesteld worden óf eventuele verontreiniging de voorziening kan aantasten. Als er mogelijk sterke verontreinigingen zijn, dan richting opdrachtgever dit in de opdracht benadrukken. Bij het ontbreken van een grondmechanisch onderzoek mag gebruik worden gemaakt van een advies wat bij aanleg is gebruikt of in de directe omgeving (denkt aan advies voor gebouw, loods, etc.). Sonderingen in directe omgeving kunnen eventueel gebruik worden.

Vraag 12: Een aannemer gaat bij de nieuwbouw van een tankstation een afscheiderinstallatie plaatsen. Waar moet hij rekening mee houden met betrekking tot het aspect “controle op lekdichtheid”?
Antwoord: Om het beproeven van de dichtheid uit te kunnen voeren monteert de aannemer in de toevoerleiding naar de slibvangput, kort voor de aansluiting daarop, een T-stuk 90° en een T-stuk 45° of een andere installatie waarmee leidinggedeelten eenvoudig kunnen worden afgesloten en beproefd (artikel 2.4 BRL SIKB protocol 7701 en 7702).

Vraag 13: Er moet een betonvloer worden gestort met staalvezels. De berekening met benodigde dosering is door de leverancier van de staalvezels opgesteld. De staalvezels moeten door de aannemer zelf worden toegevoegd omdat de betoncentrale geen mogelijkheden daartoe heeft. Mag dit? Is hier sprake van een gewenste situatie? Welke acties moet de aannemer ondernemen om aan de juiste vereiste kwaliteit te voldoen (denk aan dosering en mengen).
Antwoord: De betonspecie moet onder certificaat worden geleverd. Aangezien de hulpmaterialen zelf moeten worden toegevoegd dient de aannemer de kwaliteit zelf te waarborgen. Hetgeen inhoudt dat een juiste dosering van de staalvezels moet plaatsvinden met een voldoende mengtijd. De aannemer kan een (eigen) constructeur inzetten of de leverancier van de staalvezels raadplegen. Hoe moet worden gedoseerd? Hoe lang moet worden gemengd om een homogeen mengsel te krijgen en geen “staalvezelballen” te laten ontstaan. Een en ander zal in de vorm van een bijvoorbeeld een werkinstructie aangetoond moeten kunnen worden.

Vraag 14: Jaarlijks moet worden geëvalueerd of personeel nog voldoende is gekwalificeerd. Wat zou je als aannemer kunnen doen om je kwalificatie en ervaring van je personeel op peil te houden als het aantal werken voor de BRL SIKB 7700 tegenvalt en met moeite kan worden voldaan aan de eis dat er minimaal drie projecten moeten worden uitgevoerd ongeacht het protocol?
Antwoord: 1x per jaar persoonlijke evaluatie. 1x per 5 jaar bijscholing op gebied van vloeistofdicht. Bijscholing kan zijn instructie door een leverancier. Het NIBV geeft ook cursussen op BRL én protocol-niveau (www.nibv.nl)